Karate betekent lege hand, met andere woorden: zich verdedigen zonder wapens.

Alhoewel karate dikwijls ten onrechte wordt voorgesteld als een agressieve sport of geheime kunst, blijkt bij nader inzien dat het ook hier gaat om een volwaardige sport. Je traint zowel snelheid, souplesse, kracht als weerstand. Bij karate leert men vooral stoot, slag, trap en afweertechnieken.

Er wordt individueel alsook met een partner getraind.

Karate is oorspronkelijk ontstaan in China omstreeks 2200 voor Christus. Karate geraakte al vlug verspreid over Zuid en Oost Azië. Zo werd het onder andere door Chinese bezettingstroepen ook ingevoerd op het Japanse eiland Okinawa waar het vermengd geraakte met plaatselijke gevechtstechnieken. Uit die combinatie is uiteindelijk het karate zoals we het nu kennen ontstaan.

Omstreeks 1920 demonstreerde een inwoner van Okinawa "Gichin Funakoshi" (°1869,+1957) deze verdedigingstechnieken voor het eerst in het openbaar in Japan. Hij leerde Karate van de twee grootste meesters van die tijd, namelijk Itosu en Azato.

Beiden waren leerlingen van "Matsurama". Samen met zijn zoon Funakoshi Yoshitaka ontwikkelde hij verder het Shotokan karate waarvan hij dan ook de grondlegger is. Deze moderne karatestijl heeft als kenmerk krachtige rechtlijnige technieken met sterke diepe standen.

“Shotokan” is de stijl die wij beoefenen in onze club.


Buiten de basistrainingen kan je in onze club ook het “semi-contact” beoefenen, dit is een wedstrijdvorm uit het karate waarbij de vuisten en voeten beschermd zijn om de tegenstander niet te kwetsen.